Van Astrologie naar Horoscopie
Opzet van de duiding
28.9
Bladzijde 9 van 12
Nog enkele aanvullende opmerkingen
a. De cycli geven het beeld van bestaande automatismen. Naast de creatieve kwaliteit geven zij ook de basis voor geprotocolleerde handelingen in een vakopleiding en beroepsuitoefening.
b. De stand van heer 1 blijft bij alle cycli cruciaal omdat daarop de vrije wil kan aangrijpen (9.2). In trainingssituaties is heer 1 dan ook het instrumenteel aangrijpingspunt. Het is het aanspreekpunt voor de pedagoog en instructeur en kan doeltreffend werken vanuit discipline en naar vorming. In alle bedrijfsfuncties speelt het geprotocolleerd handelen een rol. Ook voor de gezondheidszorg en het beheerst functioneren van publieke diensten, zoals hulpverleners en politie is een duidelijk structuur onontbeerlijk. Zo is ook voor alle helden in de topsport en in voor hen die een afkicktraject doormaken heer 1 onontbeerlijk. Zonder de inzet van heer 1 kan op geen enkel gebied resultaat worden geboekt.
c. Naast de verbanden binnen ieder van de cycli werden op eerdere pagina's ook enkele verbanden daarbuiten besproken, die het functioneren van de betreffende cyclus kunnen beïnvloeden, zoals de verbanden tussen de heren van 9 en 2, evenals die van heer 3 en 10 en heer 4 en 9.
Daarnaast vinden we belangrijke informatie in de receptie van heer 4 en heer 5 waarbij de geborene de relatie met zijn omgeving uit de weg gaat en drammerig aan zijn wil blijft vasthouden (4 in 5), of in zijn eigen spiegelbeeld gevangen blijft (5 in 4).
d. Naast de stand van de heren in de huizen dragen ook de onderlinge aspecten tussen de heren bij aan de structuur van een cyclus. De heer van een teken dat over meerdere huizen heerst doet de vermogens van beide huizen versmelten; zij treden tegelijk op. De heer van een wegvallend teken speelt als heer van het betreffende huis een ondergeschikte rol.
Recapitulerend
1. Uit het objectieve karakter van het Ascendantpunt volgt dat ook de heren van de huizen (en hun onderlinge verbanden) op individueel niveau een objectief aanzicht geven van de geboortefiguur.
2. In die hoedanigheid geven zij een nader gespecificeerd vermogen voor handeling (Ascendant) aan voor het betreffende huis als veld van ervaring van de geborene.
3. Zo bezien tonen de herenverbanden een structuur van bestaande procesmatige handelingen als automatismen.
4. Tegelijk geven zij de omstandigheden weer (letterlijk van "wat-er-omheen-staat") waar de geborene in leeft. De aard en hoedanigheid van het omringende veld zijn dus ook af te lezen aan de stand van de heren in de huizen en hun onderlinge verbanden.
5. Voor de aanwending van de vermogens is steeds de relatie met de heer van de Ascendant, heer 1, voorondersteld, ook als daarmee geen aspectverband bestaat.
6. Uit de herenverbanden kunnen we de aanwezige vermogens en talenten van de betreffende persoon aflezen, evenals (wanneer de persoon er met heer 1 bewust op aangrijpt) hun eventuele ontwikkelingsmogelijkheid.
7. De structuur van de herenverbanden kan door de geborene verder worden ontwikkeld middels gewoontevorming en door stelselmatige training en procesmatige afwikkeling van handelingen. Het betreffende huis dient dan als veld voor ontwikkeling en integratie van dat specifieke vermogen. (6.2) Hier komt ook een toepassingsgebied voor pedagogische begeleiding in beeld en evenals deontwikkeling van vakmanschap. Zo wordt ieder trainingstraject gevormd door externe structuren en vindt dit buiten de persoon om plaats.
8. In het bijzondere geval dat de procesmatige handelingscyclus structureel analoog is aan het Zodiakale verband rond de Aarde bestendigt zich dit als individuele aanlegstructuur. Het gaat dan specifiek om de analogie met de elementen, de opvolgende fasen en de kruisen.
9. Het samenspel van dit twaalftal analoge functies (9.3) wordt in een aparte uitwerking zichtbaar gemaakt. Hiervoor is de inrichting van een geschikt werkmodel nodig.
10. Daar de aard van de aspecten onder de invloed van Maan vallen is het type aspect in de herenverbanden niet van belang. In de uitwerking van de herenverbanden speelt de projecterende invloed van de Maan, zij het harmonieus of conflictmatige, uit- of ingaand, dus geen rol (25.2). Het feitelijk bestaan van een aspectverband op zich vormt het aangrijpingspunt voor heer 1 en kan als zodanig gericht worden ingezet. Het betreffende verband kan in de feitelijke handeling worden bijgesteld, vergelijkbaar met het - tijdens een autorit - schakelen naar een hogere of lagere versnelling.
Literatuur
Tot zover de beschrijving van de herenverbanden in enkele cycli. Ook in de bestaande literatuur (*) kan hierover meer worden gevonden.
-.-.-.-
literatuurlijst, onderwerpen per pagina, woordenlijst, afbeeldingen,